Om de paar jaar popt de discussie over inteelt opnieuw op. Niet alleen in de publieke opinie, maar ook in de sector zelf’, constateert Jaap Veldhuisen, manager van het fokprogramma van CRV in Nederland en Vlaanderen. ‘Als de beste stieren door veehouders en fokkerijorganisaties intensief worden gebruikt, ligt een sterke toename van inteelt op de loer, met alle gevolgen voor gezondheid en vitaliteit van dien’, zo verwoordt hij een veel gehoorde redenering. ‘Deze redenering is vanuit de emotie begrijpelijk’, vindt Veldhuisen. ‘Maar de feiten ondersteunen deze niet.’
Aandacht voor inteelt blijft nodig en aanwezig

De emotie waarmee discussies over inteelt vaak worden gevoerd, strookt niet met de feiten. De negatieve effecten van inteelt vallen tot nu toe in het niet bij de positieve effecten van selectie en fokkerij. CRV neemt bewaken en beperken van inteelt niettemin heel serieus.
Jaap Veldhuisen, manager van het fokprogramma van CRV: ‘We zijn voor het fokprogramma steeds op zoek naar dieren met een afwijkende bloedvoering’.
Inteelttoename binnen veilige grens
‘Als fokkerijorganisatie nemen we onze verantwoordelijkheid voor het bewaken van inteelt niettemin heel serieus’, benadrukt de foktechnicus. ‘Enige mate van inteelt is in de fokkerij binnen een ras namelijk onvermijdelijk. Het doel van fokkerij is het realiseren van genetische vooruitgang op de kenmerken die jij als fokker belangrijk vindt. Dit doe je door de dieren met de beste genen te selecteren en vervolgens te paren. De kans is groot dat je daarbij uitkomt bij dieren die aan elkaar verwant zijn. Het is in de fokkerij de kunst om een balans te vinden tussen genetische vooruitgang en bloedspreiding’, legt Veldhuisen uit.
Als het gaat om inteelt, wordt vaak gesproken over de absolute inteeltgraad binnen een populatie. ‘Volgens wetenschappers zegt dit getal echter weinig over de vitaliteit van een populatie. Veel belangrijker dan de absolute inteeltgraad is de snelheid waarmee deze toeneemt’, vertelt Gerben de Jong, manager stamboek bij Coöperatie CRV. ‘De FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, hanteert een toename van de inteeltgraad met één procent per generatie als veilige grens. Bij een gemiddeld generatie-interval bij melkvee van vier jaar komt dit neer op een toename met 0,25 procent per jaar, legt hij uit.
Als een door de overheid erkende stamboekorganisatie volgt Coöperatie CRV nauwgezet de ontwikkeling van de inteeltgraad voor een groot aantal rassen. Deze cijfers zijn openbaar en worden regelmatig gerapporteerd aan de overheid. De ontwikkeling van de inteeltgraad in de Nederlandse zwart- en roodbontholsteinpopulatie is weergegeven in figuur 1. Bij de zwartbonte holsteins was de gemiddelde toename van de inteeltgraad over de afgelopen tien jaar ongeveer 0,24 procent per jaar. Bij de roodbonte holsteins was dit 0,21 procent, al is in de roodbontpopulatie in de meest recente jaren wel een duidelijke toename te zien.

Inteeltdepressie zeer beperkt
‘Inteelt in de fokkerij kan op twee manieren nadelig uitpakken. Hoe hoger de inteeltgraad, des te groter de kans op het optreden van erfelijke afwijkingen’, legt De Jong uit. ‘Daarnaast kan inteelt leiden tot inteeltdepressie, wat betekent dat dieren minder goed presteren dan op basis van hun erfelijke aanleg mag worden verwacht.’
De Animal Evaluation Unit (AEU) van Coöperatie CRV deed vorig jaar nog onderzoek naar het effect van inteelt op de prestaties van koeien. De onderzoekers vergeleken het positieve effect van genetische vooruitgang via fokkerij met het negatieve effect van inteelt (inteeltdepressie) voor de holsteinkoeien die werden geboren in de jaren 2017 tot en met 2021. In deze vijf jaren nam de inteeltgraad toe met ongeveer 1,1 procent. De uitkomsten van het onderzoek zijn weergegeven in tabel 1.
Uit de berekeningen blijkt dat het negatieve effect van inteelt in het niet valt bij het positieve effect van fokkerij en selectie, ook voor kenmerken die te maken hebben met vitaliteit. Zo was over de jaren 2017 tot en met 2021 de genetische vooruitgang op levensduur 172 dagen. Daarvan ging ongeveer 1,1 dagen teniet als gevolg van inteelt. Ook steeg in de onderzoeksperiode de genetische aanleg voor klauwgezondheid met 2,6 fokwaardepunten en was het negatieve effect van inteeltdepressie 0,01 fokwaardepunt.
Voor drachtpercentage was het negatieve effect van inteelt 0,18 fokwaardepunt en voor tussenkalftijd 0,12 fokwaardepunt bij een genetische vooruitgang van respectievelijk 1,3 en 1,7 fokwaardepunt. ‘Voor al deze kenmerken is het positieve effect van fokkerij dus duidelijk groter dan het negatieve effect van inteelt, concludeert De Jong.

Meer stiervaders dan ingezette stieren
Critici veronderstellen vaak dat merkerselectie de inteelttoename versnelt. Met deze techniek kan immers scherper worden geselecteerd, dat wil zeggen dat minder dieren worden ingezet voor de fokkerij. ‘Bloedspreiding heeft in het fokprogramma dan ook nadrukkelijk onze aandacht’, reageert Jaap Veldhuisen. ‘We monitoren nauwgezet de verwantschap van dieren in het fokprogramma ten opzichte van de populatie én ten opzichte van het fokprogramma zelf. Stiervaders en donoren met een lage verwantschapsgraad hebben een streepje voor bij de selectie’, legt hij uit. ‘In onze zoektocht naar de allerbeste vrouwelijke dieren in de Nederlands-Vlaamse populatie zoeken we bovendien bewust naar dieren met een andere bloedvoering. En daarvoor kijken we ook naar het buitenland.’
Veldhuisen vult aan dat bloedspreiding ook een belangrijk aandachtspunt is bij de selectie van stiervaders. Zo zijn in het actuele stierenaanbod van CRV meerdere hoge stieren opgenomen met een buitenlandse vader of moedersvader, zoals de zwartbonte InSire-stieren Casper, Time Jump P, Cordial, en Enactor rf en de roodbonte InSire-stieren Modiwood P, Country P, Savoury P en Koepon Real Life.
‘We stellen maximumgrenzen aan het aantal embryo’s van een stiervader’, vertelt de manager van het fokprogramma. ‘En ook het aantal zonen dat we van een stiervader inzetten, is begrensd. Daardoor maken we gebruik van veel verschillende stiervaders. Het aantal stiervaders dat we op jaarbasis inzetten, is zelfs groter dan het aantal stieren dat we per jaar inzetten.’
Gerben de Jong, manager stamboek Coöperatie CRV: ‘Het positieve effect van fokkerij op gezondheid is tot nu toe veel groter dan het negatieve effect van inteelt’.
Sneller vooruit op gezondheidskenmerken
Gerben de Jong wijst ook op de positieve effecten van merkerselectie. ‘Door merkerselectie realiseren we sneller vooruitgang op kenmerken met een lage erfelijkheidsgraad, zoals vruchtbaarheids- en gezondheidskenmerken. Ook kunnen we gerichter fokken op kenmerken die pas op latere leeftijd aan een dier gemeten kunnen worden, zoals levensduur’, geeft hij aan. De manager van het stamboek wijst er daarnaast op dat nieuwe erfelijke gebreken dankzij merkeronderzoek sneller worden ontdekt, waardoor risicovolle paringen kunnen worden voorkomen en schade wordt beperkt. Gebruik van een paringsprogramma is hierbij volgens De Jong een heel nuttig hulpmiddel.
Verwante paringen uitsluiten met StierAdviesProgramma
Het gebruik van paringsprogramma’s is een handig hulpmiddel om paringen tussen verwante dieren te voorkomen en risicovolle paringen op het vlak van erfelijke gebreken uit te sluiten. Het StierAdviesProgramma en StierWijzer zijn standaard ingesteld op een maximaal toegestane inteeltgraad van 6,2 procent, waardoor bijvoorbeeld paringen van neven en nichten worden uitgesloten. Veehouders kunnen de maximale inteeltgraad ook instellen op 3 procent, waarmee bijvoorbeeld paringen tussen kleinzoon en kleindochter worden uitgesloten. Jouw CRV-fokkerijspecialist kan je alles vertellen over de voordelen van het StierAdviesProgramma.
CRV ondersteunt bij kruisen
Partijen met commerciële belangen bij de verkoop van kruisingsrassen presenteren kruisen nog wel eens als de enige manier om inteelt te voorkomen. Ze suggereren daarbij dat grote fokkerijorganisaties, zoals CRV, kruisen zouden ontmoedigen om meer sperma van holsteinstieren te kunnen verkopen. Joris Van Laerhoven, productmanager genetica bij CRV, spreekt deze suggestie met klem tegen. ‘CRV staat naast veehouders, ook als het gaat om rassenkeuze. Voor ons is de visie van de veehouder leidend’, benadrukt hij. ‘We bieden sperma aan van twaalf verschillende melk- en dubbeldoelrassen van over de hele wereld. En we hebben eigen fokprogramma’s voor het fleckvieh- en het mrij-ras’, legt hij uit. ‘Gespecialiseerde CRV-fokkerijspecialisten met expertise op het gebied van kruisen ondersteunen veehouders die kiezen voor kruisen, bijvoorbeeld met Fokkerijadvies achter de koe. Voor CRV is het commerciële belang bij de verkoop van sperma van kruisingsrassen dus net zo groot als bij de verkoop van holsteinsperma.’
