Vader Meint en zoon Sander Hofstee uit Scharnegoutum waren in 2016 voorlopers toen ze merkerfokwaarden van hun dieren lieten bepalen. ‘We zaten ruim in ons jongvee en wilden de fosfaatruimte maximaal benutten voor melkkoeien. We gebruikten de uitslag van het merkeronderzoek om te selecteren’, vertelt Sander, die inmiddels in maatschap met zijn vrouw Erna en met hulp van zijn vader en twee medewerkers een bedrijf beheert met 345 melk- en kalfkoeien en 150 stuks jongvee. De koeien tekenen voor een rollend jaargemiddelde van ruim 10.000 kg melk met 4,44% vet en 3,64% eiwit. Nadat ze de jongveestapel op peil hadden gebracht, besloten de Friese veehouders weer met merkeronderzoek te stoppen. Dat was in een periode dat de melkprijs onder druk stond. ‘We wilden kosten besparen en hadden nog niet het vertrouwen dat merkerfokwaarden ons verder brachten in de fokkerij’, herinnert Sander zich. ‘Een mooi kalf uit een goede koe verkopen vanwege slechte merkerfokwaarden, dat kon geen vooruitgang zijn ...’
‘Een kalf met slechte merkerfokwaarden wordt nooit een topkoe’

Hij moest best even vertrouwen krijgen in het systeem van merkerfokwaarden. Maar een analyse van de prestaties van koeien die als kalf getest waren, trok Sander Hofstee definitief over de streep. ‘Wat de merkerfokwaarden laten zien, komt er in de praktijk ook uit’, vertelt hij uit ervaring.
Ruim 150 kg vet en eiwit extra
Het was CRV-fokkerijspecialist Arjen Zijlstra die Sander met harde cijfers aan het denken zette. Hij maakte een overzicht van de prestaties van derdekalfs- en oudere koeien die als kalf merkergetest werden. De 25 procent koeien met de hoogste merkerfokwaarden voor Inet produceerden in 305 dagen gemiddeld 10.669 kg melk met 4,37% vet en 3,63% eiwit en scoorden gemiddeld 109 lactatiewaarde. De 25 procent koeien met de laagste merkerfokwaarden voor Inet, kwamen niet verder dan een 305 dagenproductie van 8.967 kg melk met 4,32% vet en 3,51% eiwit en 90 lactatiewaarde. Een verschil van 19 punten lactatiewaarde en ruim 150 kg vet en eiwit. Van de 25 procent laagst geteste koeien realiseerde er bovendien geen enkele een lactatiewaarde boven de 95.
Sander Hofstee: ‘Sinds we selecteren op merkerfokwaarden zien we veel minder variatie in de vaarzen’
Geen garantie
Hoge merkerfokwaarden zijn geen garantie voor topprestaties, realiseert Sander zich. ‘Als een kalf in de opfokperiode ziek wordt, zal ze later niet laten zien wat er genetisch in zit’, vertelt hij. Maar als een hoge productie er genetisch niet in zit, zal het er ook nooit uitkomen. ‘Een kalf met slechte merkerfokwaarden wordt nooit een topkoe’, stelt Sander.
De eerste lichting vaarzen die weer is geselecteerd op basis van merkeronderzoek, is ondertussen alweer aan de melk. Ze worden gemiddeld voorspeld op 8.825 kg melk met 4,56% vet en 3,60% eiwit in 305 dagen en gemiddeld 104 lactatiewaarde. ‘Dat is een stuk hoger dan de vorige lichting. En het valt vooral op dat de variatie tussen de vaarzen een stuk kleiner is dan in de vorige lichting. We krijgen geen echte missers meer aan de melk’, stelt Sander vast. En ook de vaarzen laten in hun productie duidelijk zien: de dieren met de hoogste genoomfokwaarden presteren het best.
Merk genetisch verschil met merkeronderzoek
Merkeronderzoek op basis van DNA uit een oorbiopt of haarfollikel geeft met een betrouwbaarheid van 75 tot 80 procent inzicht in de genetische aanleg van een kalf voor meer dan vijftig kenmerken op het gebied van productie, gezondheid, exterieur en duurzaamheid. Ook specifieke genetische kenmerken zoals roodfactor, hoornloosheid en bètacaseïne worden met merkeronderzoek vastgesteld.
De uitslag van alle dieren is terug te vinden in de applicatie CRV Fokkerij, waarin dieren gerangschikt worden op basis van een zelfgekozen fokdoel. Bij gebruikers van het StierAdviesProgramma (SAP) worden merkerfokwaarden bovendien automatisch meegenomen bij het maken van paringen.
Ben je nieuwsgierig naar de mogelijkheden van merkeronderzoek? Jouw eigen CRV-fokkerijspecialist kan je er alles over vertellen of bel met de klantenservice:
078-15 44 44.
