Sneller genetisch vooruit in gehalten en hoornloosheid

Arjan van Rooij bij zijn kalveren
Arjan van Rooij bij zijn kalveren

Het gemiddelde eiwitgehalte in de melk van de koeien van Arjan van Rooij steeg binnen enkele jaren van 3,55% naar 3,79%, onder meer door de inzet van stieren die hoge gehalten vererven. Maar ook gebruik van het StierAdviesProgramma, merkertesten en gericht inzetten van SiryX-sperma helpen hem de genetische vooruitgang in zijn veestapel te versnellen.

Arjan van Rooij: ‘Gehalten staan bij mij op één in het fokdoel’

Half rood, half zwart is de veestapel van melkveehouder Arjan van Rooij. Samen met zijn vrouw Nadine heeft hij in het Brabantse Drunen een melkveebedrijf met 105 melk- en kalfkoeien en 55 stuks jongvee. ‘Momenteel zet ik volledig in op roodbontstieren. Gehalten staan bij mij op één in het fokdoel. Dan kom je gewoon vaker uit bij roodbont. En persoonlijk vind ik roodbont nog mooier ook’, vertelt Van Rooij. Tot zijn plezier ziet hij het aandeel roodbont in de jongste generatie dan ook steeds verder toenemen.

Van 3,55 naar 3,79% eiwit

Melken vindt Van Rooij het mooiste moment van de dag. De koeien produceren gemiddeld 10.455 kg melk met 4,66% vet en 3,79% eiwit. ‘We komen van een eiwitgehalte van ongeveer 3,55%. Dat het eiwitgehalte de laatste jaren zo gestegen is, komt zeker ook doordat we daar in ons fokdoel meer accent op leggen.’

Meer liters melk hoeft Van Rooij niet per se. Tijdens de laatste mpr lag de dagproductie op 33,4 kg melk met 4,57% vet en 3,66% eiwit. ‘Dat is zo’n 2,8 kg vet en eiwit per koe per dag. Daar ben ik dik tevreden mee. Ik ben er heilig van overtuigd dat de melkplas nog flink zou kunnen stijgen als we met robots zouden melken. Maar voor een traditionele melkstal en twee keer per dag melken vind ik onze huidige productie prima. Het celgetal is goed en het loopt gewoon lekker. Nee, groeien doe ik dan liever door nog wat in de gehalten te winnen.’

Voorkeur voor hoornloze stieren

In het fokdoel staan die dan ook op nummer één. Ook een niet te lage melksnelheid, vruchtbaarheid en goede bevruchtingscijfers vindt Van Rooij belangrijke onderdelen van het fokdoel. Aan beenwerk besteedt hij daarentegen weinig aandacht. ‘Sinds we in 2016 een nieuwe stal hebben gebouwd hebben de koeien nauwelijks problemen met beenwerk en klauwen en worden ze ook gemakkelijk ouder.’

Bij gelijke geschiktheid geeft Van Rooij al een aantal jaar de voorkeur aan hoornloze PP- en P-stieren. ‘Ik zie bij onthoornde kalveren vaak een dip in de groei. Die wil ik voorkomen door hoornloze stieren te gebruiken. Een voordeel is dat het aanbod hoornloze stieren bij roodbont ook groter is dan bij zwartbont.’

Zo kregen Delta Launch PP en Delta Drone PP veel kansen in Drunen. ‘Pas hoefde de veearts van zes kalfjes er maar een te onthoornen.’ Samen met zijn fokkerijspecialist Corné van der Ven kiest Van Rooij de in te zetten stieren. Op dit moment zijn dat vooral

Delta Cream P, Delta Emoji P en Delta Buttercup P. De stieren laat hij via het SAP combineren, zodat de paringen aansluiten bij zijn fokdoel.

Arjan van Rooij: ‘Tot nu toe insemineer ik alle pinken met gesekst sperma. ‘Zo zet ik genetisch de snelste stappen vooruit’

Met merkeronderzoek gestart

Om de genetische vooruitgang van zijn veestapel verder te verhogen is de Brabantse veehouder recent gestart met merkeronderzoek. Tot nu toe insemineerde hij alle pinken met gesekst sperma. ‘Zo zette ik genetisch de snelste stappen vooruit’, legt Van Rooij uit. ‘Maar het betekende ook dat ik alle melkkoeien drachtig maakte van een witblauwstier. En zeker bij goede melkkoeien doet dat toch pijn.’

Met merkeronderzoek kan Van Rooij gerichter selecteren in zijn jongvee. ‘Door de genetisch mindere pinken straks te insemineren met een ander ras, houd ik ruimte over om ook kalveren aan te houden van zo’n tien procent van de beste koeien.’

Arjan van Rooij: ‘Een witblauw stierkalf brengt toch makkelijk 100 euro meer op dan een witblauw vaarskalf.’

Al een jaar of acht kiest Van Rooij bewust voor de inzet van SiryX-sperma. Zo gaat hij sneller genetisch vooruit. ‘Bovendien kan ik zo een groot deel van de veestapel inzetten voor gebruikskruising. Dat is financieel interessant en bovendien kom ik dan niet in de verleiding om het kalf toch aan te houden.’

De veehouder kiest daarbij voor – mannelijk – gesekst sperma van witblauwstieren. ‘Een witblauw stierkalf brengt toch makkelijk 100 euro meer op dan een witblauw vaarskalf.’