Onopvallende Bertha verrast als stiermoeder

Onopvallende Bertha verrast als stiermoeder
Links Bertha 193 (v. Listrotto) en rechts haar moeder Bertha 179 (v. Rosebud)

Op het eerste gezicht was Bertha 193 in de ogen van André Frijters uit Waalre geen opvallende koe. Toch groeide de Listrottodochter tot zijn verrassing uit tot stiermoeder. Met haar zoon Lowlands Solaris geeft ze de kenmerkende levensduur en het hoge eiwitgehalte van de Brabantse Berthafamilie door.

Nooit had André Frijters gedacht nog eens een ki-stier te zullen fokken. Tot er twee jaar geleden een mail in de mailbox van de melkveehouder uit Waalre belandde. Afzender: CRV. Of hij een haarmonster wilde nemen als het derde kalfje van Listrottodochter Bertha 193 zou zijn geboren. ‘Dat was nogal een verrassing. Ik had de koe volgens het SAP-advies geïnsemineerd met Delta Firestone. De afstamming en de verwachtingswaarde van de dracht waren blijkbaar opgevallen’, herinnert de Brabantse veehouder zich.

In de zomer van 2024 kalfde Bertha 193 af van een roodbont stierkalfje en stuurde Frijters een haarmonster in. De uitslag was positief en niet veel later stond foktechnicus Eric Lievens van CRV op de stoep om het kalf, zijn moeder en grootmoeder te bekijken. De foktechnicus was snel overtuigd, vertelt hij. ‘Yes, dacht ik. Dit is een stiermoeder die zo compleet is dat ik zeker wist dat haar zoon op onze stierenkaart moest komen’, zegt Lievens.

Frijters scrollt even op zijn telefoon en laat een paar foto’s zien. ‘Kijk, dit is hem. Het was vooral een lang kalf’, herinnert hij zich. Even nog leek blauwtong roet in het eten te gooien. Het stiertje, dat de naam Solaris zou krijgen, testte in eerste instantie positief. ‘Ik was al bang dat het helemaal niet door zou gaan. Maar ik moest het stiertje wat langer houden en gelukkig testte hij na verloop van tijd negatief. Na een paar maanden verhuisde hij alsnog naar de opfokstal van CRV’, zo vertelt Frijters het verhaal achter de stier Lowlands Solaris.

Kwart van de veestapel is Bertha

Zolang de veehouder zich kan herinneren, zijn de Bertha’s al op het bedrijf aanwezig. ‘Ik denk dat mijn vader zo’n vijftig jaar geleden de eerste heeft gekocht. Als het geen goede koeien waren geweest, dan hadden er nu geen Bertha’s meer in de stal rondgelopen. Maar ik denk dat een kwart van de melkkoeien intussen Bertha’s zijn’, schat Frijters, die in totaal negentig koeien aan de melk heeft.

Zijn half zwartbonte, half roodbonte veestapel noteert een rollend jaargemiddelde van 9687 kg melk met 4,60% vet en 3,72% eiwit op een gemengd rantsoen met 60 procent graskuil, 30 procent mais en 10 procent aardappels, aangevuld met krachtvoer in de krachtvoerboxen. Op de keukentafel spreidt de veehouder de koekaarten uit van zeven generaties Bertha’s. Stuk voor stuk zijn het roodbonte koeien, die wat langer meegaan dan gemiddeld. ‘Ze geven redelijk wat melk en het zijn koeien die blijven lopen’, vat Frijters samen. Zo produceerde de in 2003 geboren Sugardochter Bertha 85 bijna 59.000 kg melk in zes lijsten. Bij haar kleindochter Bertha 107 (v. Raoul) reikte de teller tot ruim 51.000 kg melk met 3,71% eiwit.

Nog meer melk produceerde Bertha 179 tot nu toe. De intussen bijna acht jaar oude Rosebuddochter is de grootmoeder van Solaris en loopt nog altijd mee tussen
de veestapel. Ze noteert een lopend levenstotaal van 61.393 kg melk met 3,62% eiwit. In haar huidige lactatie gaf ze in 296 dagen 12.010 kg melk met 4,47% vet en
3,42% eiwit, goed voor een lactatiewaarde van 115. Frijters zoekt de Rosebuddochter in de stal op en laat haar zien. ‘Ik houd van grote, ruime koeien en groot en ruim is deze koe zeker’, vertelt de veehouder over de met 85 punten ingeschreven koe.

Niet haantje de voorste

Ook haar dochter Bertha 193, de moeder van Solaris, is nog volop in productie. Frijters typeert haar als een rustige, onopvallende koe, die zeker niet haantje de voorste is. ‘Als CRV niet had aangeklopt, was ze me misschien niet eens zo opgevallen’, bekent Frijters. De Listrottodochter kreeg als vaars 81 punten, maar ontwikkelde zich op latere leeftijd tot een fraaie koe. Als vijfjarige kreeg ze 86 punten voor algemeen voorkomen. Voor frame en type kreeg ze 88 punten, voor uier 86 punten en voor beenwerk 83 punten.

In de melkstal weet Bertha 193 van wanten. Vooral het hoge eiwitgehalte – ook kenmerkend voor Lowlands Solaris, die ruim 800 kg melk en +0,16% eiwit vererft – spreekt Frijters aan. De nu vijfjarige koe startte haar carrière als melkkoe met een vaarzenlijst van ruim 9300 kg melk in 318 dagen, met 3,71% eiwit en 118 lactatiewaarde. In haar derde lijst noteerde ze zelfs 120 lactatiewaarde met ruim 12.500 kg melk in 325 dagen, met 3,77% eiwit. In haar huidige vierde lijst doet ze er in eiwit nog een schepje bovenop. Na 285 dagen staat de teller op 9850 kg melk met 4,68% vet en 4,02% eiwit, goed voor 111 lactatiewaarde. Dat brengt haar op een levenstotaal van iets meer dan 40.000 kg melk met 3,90% eiwit. ‘Ze moet half mei droog, maar geeft nu nog zo’n 30 liter per dag en scoorde tijdens de laatste mpr bijna 4,4% eiwit’, vertelt Frijters.

Steeds drachtig van één inseminatie

Een sterk punt is ook haar vruchtbaarheid. Frijters pakt de schets van Bertha 193 erbij en laat de achterkant zien. ‘Kijk, ze had vijf keer maar één inseminatie nodig om drachtig te worden.’ Frijters heeft twee vrouwelijke nakomelingen van de Listrottodochter. Tussen de melkkoeien loopt een Raveldochter, die net voor de tweede keer gekalfd heeft en als vaars bijna 8700 kg melk in 305 dagen produceerde met 3,60% eiwit. In de jongveestal wijst Frijters een bijna een jaar oude Completor P-dochter aan. ‘Nu is Bertha drachtig van Barolo PP. Eind juni kalft ze ruim een maand voor haar zesde verjaardag voor de vijfde keer.’ De kans is groot dat Solaris zelf de invloed van de Berthafamilie op het Brabantse bedrijf verder zal uitbreiden. ‘Ik vermoed dat ik hem wel zal inzetten’, zegt Frijters. ‘Ik heb net de nieuwe SAP-draai binnen en daar staat Solaris ook op.’