Met fleckvieh in één generatie naar een robuuste koe

Pieter Rebel en dochter Lieke bij zijn kruislingkoeien te Hilversum
Pieter Rebel en dochter Lieke bij zijn kruislingkoeien te Hilversum

In een biologische bedrijfsvoering met veel natuurland moet ook een flinke portie ruwvoer van mindere kwaliteit worden benut. Pieter Rebel weet er alles van. Met zijn vader en moeder, broer en oom beheert hij, naast een parttimebaan, een veelzijdig melkveebedrijf aan de rand van natuurgebied Naardermeer. ‘We hebben zo’n 70 hectare natuur volledig geïntegreerd in de bedrijfsvoering en brengen de opbrengsten van natuurlijk grasland en natuurakkers via ons vee zoveel mogelijk tot waarde’, legt hij uit. Die veestapel bestaat uit ongeveer 100 melk- en kalfkoeien en 40 stuks jongvee. De koeien worden gemolken met robots en realiseren een rollend jaargemiddelde van ongeveer 8.400 kg melk met 4,34% vet en 3,57% eiwit.

Meer reserves, minder problemen

‘We molken altijd holsteins. Die deden het best goed, maar verloren op ons rantsoen toch te veel conditie. En ook de uiergezondheid liet wel eens te wensen over’, vertelt Pieter. ‘Ik had me al eens verdiept in de mogelijkheden om te kruisen met andere rassen. Een koe met meer bespiering is sterker, heeft meer reserves en komt daardoor minder snel in de problemen. Vanwege deze eigenschappen sprak met name het fleckviehras me aan’, legt hij uit.

Tot drie jaar geleden durfde de veehouder kruisen echter niet aan. ‘Met holsteins weet je wat je hebt. Als je gaat kruisen duurt het zeker drie jaar voor je weet wat je krijgt’, zegt Pieter, wat zijn terughoudendheid verklaart. ‘Zo was ik bezorgd over de kwaliteit van de uiers, zeker in combinatie met robotmelken.’

Biologisch melkveehouder Pieter Rebel: ‘Door te kruisen met fleckvieh verwachten we het gewenste type koe in één generatie te kunnen fokken’

Een robuuste koe in één generatie

Het was foktechnisch accountmanager Corné van der Ven van CRV die de veehouder over de streep trok. Een robuustere koe fokken kan met de juiste selectie van holsteinstieren. Maar dan heb je meerdere generaties nodig om je fokdoel te bereiken, weet hij nu. ‘Door te kruisen met fleckvieh verwachten we het gewenste type koe in één generatie te kunnen fokken’, zegt hij.

Samen met Corné loopt Pieter nu om de tien maanden de veestapel door om te bepalen welke koeien hij wil inzetten voor de fokkerij en wat voor deze koeien de best passende paring is. ‘Je kunt niet overal goed in zijn’, geeft hij als verklaring voor de beslissing om de fokkerij uit te besteden aan CRV. ‘Deze samenwerking bevalt me erg goed. In CRV Dier kan ik direct zien met welke stier een koe geïnsemineerd moet worden. Zo hoef ik bij een tochtige koe nooit meer te puzzelen met de stierkeuze’, legt de veehouder uit.

Pieter Rebel vegend in de stal

Kijken wat dier nodig heeft

Pieter blijft naast fleckviehstieren ook holsteinstieren gebruiken, met name vanwege de uiers en de aanleg voor melkproductie. ‘We bekijken per koe wat het dier nodig heeft’,

vertelt hij. ‘Een fleckviehkruising met een holsteintype paren we nog eens met een fleckviehstier. Overheerst het fleckviehtype, dan kiezen we een holsteinstier.’

Op dit moment worden de fleckviehstieren Haribo, Wuhudler, Megastar, Halogen en Henzo ingezet en de holstienstieren Perfect en Drone PP.

De eerste vaarzen met fleckviehvaders zoals Haribo, Messias, Midwest en Minor zijn inmiddels aan de melk en voldoen aan de verwachtingen. Pieter zag de positieve inbreng van het fleckviehras ook al aan de pinken. ‘Het jongvee loopt een groot deel van het jaar in een natuurgebied waar het wordt geweid op schraal grasland. De holsteinpinken blijven vaak wat achter in groei. Maar de fleckviehkruislingen duidelijk niet. Die steken als we ze weer op stal halen met kop en schouders boven de andere pinken uit.’