‘We molken altijd holsteins. Die deden het best goed, maar verloren op ons rantsoen toch te veel conditie. En ook de uiergezondheid liet wel eens te wensen over’, vertelt Pieter. ‘Ik had me al eens verdiept in de mogelijkheden om te kruisen met andere rassen. Een koe met meer bespiering is sterker, heeft meer reserves en komt daardoor minder snel in de problemen. Vanwege deze eigenschappen sprak met name het fleckviehras me aan’, legt hij uit.
Tot drie jaar geleden durfde de veehouder kruisen echter niet aan. ‘Met holsteins weet je wat je hebt. Als je gaat kruisen duurt het zeker drie jaar voor je weet wat je krijgt’, zegt Pieter, wat zijn terughoudendheid verklaart. ‘Zo was ik bezorgd over de kwaliteit van de uiers, zeker in combinatie met robotmelken.’


