Melksignalenkaart en mpr helpen sturen op eiwitbenutting

Melksignalenkaart en mpr helpen sturen op eiwitbenutting

Een efficiënte omzetting van voereiwit in melk vermindert de ammoniakemissie en is vaak financieel interessant. Om veehouders te helpen minder eiwit te voeren met behoud van een hoge melkproductie, is voor de praktijkpilot Koe en Eiwit de Melksignalenkaart ontwikkeld.

Doelsturing gaat in het landbouwbeleid de komende jaren een grote rol spelen. De achterliggende gedachte: geef een veehouder een duidelijk doel en laat hem zelf bepalen met welke maatregelen hij dit doel wil halen. Als het doel is verminderen van de ammoniakuitstoot, is verhogen van de eiwitbenutting op veel bedrijven een interessante maatregel. Hoe efficiënter voereiwit wordt omgezet in melkeiwit, hoe minder stikstof in mest en urine terechtkomt en hoe lager de ammoniakemissie. Omdat eiwit aankopen relatief duur is, is minder eiwit voeren bovendien vaak economisch interessant.

‘De voordelen van een goede eiwitbenutting zien de meeste veehouders wel. Maar minder eiwit voeren is in de praktijk best spannend’, weet Geert Stevens, voormalig melkveehouder en nu werkzaam als onderzoeker bij agro-innovatiecentrum De Marke.

Eiwit als verzekeringspremie

‘Voldoende eiwit in het rantsoen wordt vaak gezien als een soort verzekeringspremie voor een goede melkproductie. Onderzoek laat dan wel zien dat verlagen van het ruweiwitgehalte in het rantsoen tot 155 gram ruw eiwit, of zelfs nog lager, niet ten koste hoeft te gaan van de melkproductie. Maar dit toepassen in de praktijk vraagt het nodige lef van veehouders’, beseft hij. ‘Wat betekent een laag ruweiwitgehalte bijvoorbeeld voor de persistentie in de tweede helft van de lactatie? Gaat de productie niet onderuit als deze minder door eiwit wordt gedreven? En wat zijn de gevolgen voor de gezondheid van de koeien van een scheve verhouding tussen energie en eiwit in een rantsoen?’, zo somt Geert een aantal veelgehoorde vragen op.

Praktijkpilot Koe en Eiwit

Om praktijkkennis over het voeren van minder eiwit te ontwikkelen en ervaringen uit te wisselen, is vier jaar geleden de praktijkpilot Koe en Eiwit opgezet. In dit project verkennen veehouders, voeradviseurs en onderzoekers in de praktijk de mogelijkheden om minder eiwit te voeren met behoud van een goede diergezondheid en een hoge vet- en eiwitproductie. De streefwaarde voor het eiwitaandeel in het totale rantsoen is 155 gram ruw eiwit per kg droge stof. In 2024 voerden de 150 deelnemende veehouders gemiddeld 156 gram ruw eiwit per kg droge stof. In 2025 was dat licht gestegen naar 158 gram per kg droge stof.

Hoge benutting en hoog saldo

Een van de managementinstrumenten die in het kader van de praktijkpilot zijn ontwikkeld, is de ‘Melksignalenkaart voor een hoge eiwitbenutting’. ‘Met deze kaart kunnen veehouders en voeradviseurs bepalen hoe efficiënt de veestapel voereiwit omzet in melk. En met welke aanpassingen in het rantsoen de eiwitbenutting kan worden verbeterd, zonder dat de melkproductie in gevaar komt’, legt Geert uit. Cijfers uit de mpr vormen de basis voor deze adviezen.

De Melksignalenkaart bestaat uit verschillende onderdelen die uiteindelijk leiden naar concrete aanbevelingen voor rantsoenaanpassingen. ‘Wij verwachten dat dit goede aanknopingspunten oplevert voor gesprekken tussen veehouders en hun voeradviseurs’, geeft de onderzoeker aan. ‘Met als uiteindelijke doel: een efficiënt producerende veestapel met een hoge eiwitbenutting én een hoog voersaldo.’

In vier stappen naar een hoge eiwitbenutting

1. Eiwitbenutting in eerste oogopslag
De eerste figuur van de Melksignalenkaart geeft een eerste indruk van de eiwitbenutting, op basis van het eiwitpercentage en het ureumgehalte. Hoe lager het ureumgetal, hoe minder eiwit onbenut verloren gaat. Scoort de veestapel in het groene gebied, dan is de eiwitbenutting hoog. Scoort de veestapel daarbuiten, dan geven pijlen aan hoe de eiwitbenutting kan worden verbeterd. Cijfers over eiwitpercentage en ureumgetal zijn te vinden op de mpr-uitslag en in het overzicht van tankmelkleveranties. Figuur 1 heeft dezelfde opzet als de ‘stippentabel’ uit MPR-Voeding, waarin het eiwitpercentage en het ureumgehalte van lactatiegroepen wordt weergegeven.

Figuur 1 – Geschatte eiwitbenutting op basis van melkeiwitgehalte en melkureum
Figuur 1 – Geschatte eiwitbenutting op basis van melkeiwitgehalte en melkureum

2. Persistentie is een belangrijk kengetal
De persistentie van de melkproductie is een belangrijk kengetal om te bepalen of de productie op peil blijft als minder eiwit wordt gevoerd. Persistentie wordt berekend door de dagproductie van de koeien met meer dan 200 lactatiedagen te delen door de dagproductie van de groep koeien met 41 tot 80 dagen lactatiedagen. De uitkomst wordt vermenigvuldigd met 100%.

Een score van lager dan 65% staat voor slecht persistent, 65-69% is laag persistent, 70-74% persistent, 75-79% goed persistent en meer dan 80% is (zeer) hoog persistent. Een score van meer dan 90% kan erop duiden
dat de verse groep niet goed opstart.

3. Mogelijkheden voor verbetering
Door persistentie en melkureum uit te zetten in een diagram (figuur 2), wordt zichtbaar in hoeverre het lukt om een hoge eiwitbenutting en een hoge productie te combineren. Bedrijven in het donkergroene gebied
presteren optimaal.

Figuur 2 – Geschatte verhouding tussen eiwitbenutting en melkproductie op basis van melkureum en persistentie
Figuur 2 – Geschatte verhouding tussen eiwitbenutting en melkproductie op basis van melkureum en persistentie

4. Rantsoenadviezen
De positie in het diagram geeft aan welkeverbeteringen mogelijk zijn. De cijfers in figuur 2 corresponderen met de voedingsadviezen in tabel 1. In tabel 2 zijn deze voedingsadviezen vertaald in concrete rantsoenaanpassingen.

Tabel 1 – Voedingsadviezen op basis van de geschatte verhouding tussen melkureum en persistentie
Tabel 1 – Voedingsadviezen op basis van de geschatte verhouding tussen melkureum en persistentie
Voedingsadvies

Melksignalenkaart te downloaden

De Melksignalenkaart voor een hoge eiwitbenutting is, met een uitgebreide toelichting, hier te downloaden.

Kijk hier voor meer informatie over de praktijkpilot Koe en Eiwit.