Voordat Arjan Booijink het melkveebedrijf van zijn ouders overnam, werkte hij als chauffeur voor een veehandelaar. ‘Ik heb heel wat koeien opgeladen die vanwege problemen veel te jong en veel te mager moesten worden afgevoerd. Maar ik haalde ook wel eens fleckviehkruislingen op. Die zaten bijna altijd dik in het vlees’, vertelt hij.
Het zette de veehouder uit het Twentse Tubbergen aan het denken. De holsteinkoeien thuis produceerden best. Maar ze hadden ook de nodige zorg nodig en regelmatig vielen koeien vroegtijdig uit.

